Na heel wat middagen mezelf verbijten, irritaties en gezeur is het eindelijk zover; er hangt een mosquito! Dat zal die koters leren, een vervelend geluidje dat de hele dag in de oren blijft steken. Ik loop al de hele dag grijzend rond en vier inwendig mijn victorie: er hangt een mosquito!
Het begon enkele jaren geleden, in een grijs verleden toen Laura nog ‘samenwonend’ was. Toen al hadden we last van jongens en meisjes die voor het huis gingen ‘hangen’. Voordien was ik mij er niet van bewust dat hangjongeren niet enkel bij winkels en eetgelegenheden rondhangen, maar ook tussen flatgebouwen. En al toen zeiden we er iets van, verzochten we vriendelijk doch dringend of ze ergens anders wilden staan, omdat wij last van ze hadden. En toen al ging het moeizaam, ‘we blijven nog een kwartier staan’, ‘maar het regent’ (men stond strategisch onder een afkapje) en andere smoesjes werden met veel genoegen gebruikt. En toen al werd het met periodes stil, zodat je wat milder werd en ze wat langer liet staan. Tot de maat vol was en het hele feest weer van voor af aan begon.
Nu zijn de tijden veranderd. Laura woont heerlijk alleen, genietend van zeeën van ruimte en oceanen van ‘me-time’. Lekker rustig, en toch middenin het centrum van Leeuwarden. Tot, op een dag, de jongelui weer voor het huis staan, terug van weggeweest. Eerst zeg ik er niets van, ze staan er niet lang en als meisje alleen is het toch anders. Maar het gaat van kwaad tot erger. Eerst enkel ’s middags, dan ook ’s avonds, het volume gaat omhoog, er blijft meer rommel liggen. Weer zeg ik er iets van, verzoek ze op een vriendelijke toon te vertrekken, maar een normaal woord van hun kant komt er niet uit. Als een stel grizzlyberen net uit de winterslaap pakken ze hun spullen en sjokken ze weg. Om de volgende dag weer op dezelfde plek, voor mijn huis, te gaan hangen.
Nu is het voor mij op een gegeven moment klaar. Ik ben een lieve en geduldige meid, maar ook ik ken mijn grenzen. En die zijn met deze jongeren zeker bereikt. Voor hen ben ik ‘maar’ een meisje, met een beetje intimidatie denken ze mij wel klein te krijgen. En hier hebben ze het mis. Ik laat mij niet bang maken, zeker niet door een stel snotneuzen. Dus maar weer naar beneden.
‘Ja, betrapt!’ zeg ik op een harde toon. De jongens zeggen niets terug. Tuurlijk niet, dat doen ze nooit. Ze durven pas wat te zeggen op het moment dat ze al wegfietsen, zodat er van een normaal en volwassen gesprek niets terecht kan komen. ‘Dus, jochies, gaan jullie hier even weg?’ Zonder antwoord te geven pakken ze hun spullen, kijken me vanonder de pet chagrijnig aan en stappen ze op de fiets. Terwijl ze wegfietsen hoor ik nog een van de twee ‘muts’ zeggen. De ander vervolgt: ‘Jij moet eens flink in de kont gepakt worden.’ Op dit moment ben ik heel blij dat mijn ouders mij de humor-genen hebben gegeven en roep terug: ’Dat is al een keer geprobeerd en HET HELPT NIET!’. Ik hoor ze helaas niet in lachen uitbarsten, maar grinnik zelf wel terwijl ik het huis inloop. Altijd goed als je om je eigen grapjes kan lachen.
Hoewel dit nog grappig was, besef ik wel dat ze weten waar ik woon, welke auto van mij is en welke kat bij mij hoort. Voor mij zijn de risico’s hierbij veel groter dan voor hen. Ik weet enkel hoe ze eruit zien. Geen naam, geen adres, alleen een paar ogen onder verscholen een pet. Zij lijken zich dit ook te beseffen, want de keer erop roepen ze tijdens het wegfietsen dat ze ‘mijn kat wel even zouden pakken’. En tja, als je over mijn kat begint, heb je mij op de gevoelige plek te pakken. Want hij hoort bij mij, hij is mijn verantwoordelijkheid en die neem ik zeer serieus. Daar blijf je met je poten vanaf. Dus meteen actie ondernemen.
Eerst bel ik de woningbouw, vervolgens Meldpunt Overlast en als laatste de politie. Ik leg de situatie keer op keer uit en ze zijn erg meelevend. Ik zeg dat het geen ramp is, maar dat ik me wel enigzins bedreigd voel. Ik weet dat dit soort dingen gebeuren als je in de binnenstad woont, maar dit loopt de spuigaten uit. En wat mij betreft verdienen deze instanties een lintje! Binnen twee weken hangt er een apparaat dat een irritant geluid voortbrengt waardoor de jongeren er niet meer zullen staan, de mosquito. Het geluid hoor ik van huis uit niet. En de hangjochies zijn er niet meer! Ik geniet weer van de rust en veiligheid in mijn huisje. Ze laten zich misschien niet wegpesten, maar met een stukje techniek lukt het kennelijk wel.
woensdag
Het Ikea-avontuur
Drie stoelen en een tafel, dat is mijn missie deze tocht. In mijn heerlijke autootje rij ik naar Groningen, op naar het walhalla van woninginrichting: de Ikea. Dankzij de Ikea-website weet ik precies welke stoelen en tafel ik wil en dat er meer dan voldoende voorraad is vandaag. In de stad Groningen blijkt het vinden van de megastore lastig te zijn. Want kaartlezen, hoe vrouwelijk, dat kan ik niet. Geloof me, ik heb het geprobeerd, maar dit pakket blijkt niet in mijn hersens te zijn geprogrammeerd. Dus vertrouwen op mijn kennis. Ik weet dat het dichtbij de grote Rabobank-gebouwen staat, achter het centrum. Na ongeveer een half uur vind ik het Zweedse wereldwijde concern. Ik rij wel een paar keer verkeerd, maar daar hebben we het niet over. Ik heb het gevonden. Ik bereik het immens grote gebouw dat zich Ikea mag noemen, zet mijn dierbare bolide neer en betreed het gebouw vol goede moed.
Het bezoek aan de Ikea en haar vele inrichtingen begint met een draaideur en een trap. Op de eerste verdieping word ik door grote borden, in de welbekende huisstijl van de Ikea, gewezen op de mogelijkheden die ik heb. Wil ik wat te eten of te drinken? Op naar het restaurant of de supermarkt(!). Naar de klantenservice, even toiletteren of meteen naar de surrealistische wereld? Daar moet je wezen. Ik kies voor de laatste optie en passeer de poorten van de uit de kluiten gewassen winkel. Wederom een keuze. De verkorte route rechtstreeks naar het zelfhulpmagazine waar al het koopwaar verpakt is of de uitgebreide route waarbij je alle producten die de Ikea aanbiedt in volle glorie kan aanschouwen? Ik kies voor de laatste. Heb wel zin om even te sneupen. De Ikea is een begrip en als je er bent moet je wel de smaak proeven. En hoewel het perfect verzorgd is en alle huiskamers, slaapkamers en hobbykamers even prachtig zijn, wil ik hier zo snel mogelijk weg. De Ikea is niets voor mij. Dit is te wijten aan twee elementen.
De eerste is de massaliteit van de Ikea. Het is te groot en er staan teveel artikelen. En dan gaat het er niet om dat ik niet kan kiezen, ik weet exact wat ik wil. Het is simpelweg teveel. Naar mijn mening hoort een lange route door een winkel geen drie uur te duren.
Het tweede element zijn de vele mensen die de Ikea-wereld dagelijks rijk is. En 70% van de Ikeabevolking stopt abrupt met lopen als het oog op iets interessants is gevallen. Hiermee bedoel ik niet dat ze naar de zijkant lopen en dan pas stoppen om niemand in de weg te zitten. Nee, ze stoppen middenop het pad en bestuderen het product dat de aandacht getrokken heeft. Ze houden geen rekening met de overige leden van de Ikea-bevolking, met als gevolg dat ik vandaag regelmatig plotsklaps op mijn menselijk ingebouwde rem moet trappen. Ze hebben ergens hun oog op laten vallen en vergeten de wereld om hun heen, het zogenoemde Ikea-effect.
Op weg naar het zelfhulpmagazine raak ik tussen alle interieurs, rijen stoelen, tafels, wegwijsborden en manden met aanbiedingen bijna de weg kwijt. Het kost me even om de Ikea-wijze onder de knie te krijgen, maar volg al snel als een pup die zich aan zijn baas wil bewijzen, getrouw de borden die me naar het magazijn leiden. Bij binnenkomst in de enorme hal weet ik dat ik de stoelen en tafel in geen levensdagen zelf kan vinden. En al zou ik het kunnen, dan zou ik het nog niet willen. Ik heb me lang genoeg in dit pand bevonden. Gelukkig zie ik direct een Ikea-medewerker. Voordat een andere klant hem kan inpikken, stap ik met versnelde pas op hem af. Ik benoem de spullen die ik wil, hij kijkt in de computer en vertelt mij waar het staat. Zo klaar als een klontje. De stoelen staan praktisch recht voor mijn neus (ik besluit er geen aandacht aan te besteden en mij in stilte te schamen) en de tafel staat in gang 26, vak 9. Binnen een kwartier heb ik de spullen op mijn karretje en sta ik bij de kassa. Hier ontdek ik de Ikea Family.
De vraag is of ik hierbij wil horen. Zonder de kans te krijgen om nee te zeggen krijg ik te horen dat dit betekent dat ik dan wel onbeperkt kan ruilen. Ook krijg ik kortingen en talloze andere voordelen als ik mijn entree doe in de familie die over de hele wereld vertegenwoordigd wordt. Ik word meegenomen in de Ikea-illusie. De verkoopster doet het overkomen als een hechte en grote familie en wat ik tot nu toe gezien heb, lijkt dit geheel de waarheid. Mijn fantasie neemt de vrije loop. Krijg ik ook adoptieouders? Een tweede stamboom? Familie in de verste uithoeken van de wereld (uiteraard op bereisbare afstand van de Ikea)? Wat zal kerst dan leuk zijn: met de Ikea-family in het prefabhuis met Ikeaspullen als Ikeastoelen, Ikeabestek en Ikeagordijnen, onder de Ikea-kerstboom Ikea-cadeautjes uitwisselen. Ik besluit het gulle aanbod af te slaan en begeef me naar de uitgang.
Hier veroorzaak ik, als perfect einde van dit Ikea-avontuur, bijna een krantenbericht. Terwijl ik het te grote karretje met een zekere eigenwijze charme naar de lift manouvreer, dartelen een aantal kinderen over het pad. Ze stoppen op de meest onverwachte momenten, waarbij er natuurlijk één recht voor mijn neus belandt. En terwijl ik ternauwernood de kar kan stoppen, staan de ouders op een afstand, bezig met andere dingen. Geen besef van het feit dat hun kind op het nippertje ontsnapt is aan een winkelblessure. Zelfs het kind heeft amper iets in de gaten. Het kijkt op en gaat onverstoorbaar door met datgene waar het mee bezig was. Ik herinner mezelf eraan dat ik de spullen bijna binnen heb en blijf rustig, loods de kar langs de kinderen en ga met de lift naar de parkeerplaats. De auto is snel gevonden. Ik laad de spullen in en voor ik het weet zit ik op de Ring, weg van de Ikea-beleving, richting huis. Daar vindt het laatste deel van de expeditie plaats: het in elkaar zetten van de spullen. Maar dat is een zorg voor later. Nu, met een zekere trots, op naar huis met pasgekochte spulletjes achterin de auto. De laatste dingen van mijn grote verbouwing. Na dagenlang behang verwijderen, schilderen en zwoegen, is het volgende week eindelijk zover. Alles in mijn stulpje zal dan nieuw of veranderd zijn. Dan zal ik dit helse Ikea-avontuur vast wel vergeten zijn. Missie geslaagd!
Het bezoek aan de Ikea en haar vele inrichtingen begint met een draaideur en een trap. Op de eerste verdieping word ik door grote borden, in de welbekende huisstijl van de Ikea, gewezen op de mogelijkheden die ik heb. Wil ik wat te eten of te drinken? Op naar het restaurant of de supermarkt(!). Naar de klantenservice, even toiletteren of meteen naar de surrealistische wereld? Daar moet je wezen. Ik kies voor de laatste optie en passeer de poorten van de uit de kluiten gewassen winkel. Wederom een keuze. De verkorte route rechtstreeks naar het zelfhulpmagazine waar al het koopwaar verpakt is of de uitgebreide route waarbij je alle producten die de Ikea aanbiedt in volle glorie kan aanschouwen? Ik kies voor de laatste. Heb wel zin om even te sneupen. De Ikea is een begrip en als je er bent moet je wel de smaak proeven. En hoewel het perfect verzorgd is en alle huiskamers, slaapkamers en hobbykamers even prachtig zijn, wil ik hier zo snel mogelijk weg. De Ikea is niets voor mij. Dit is te wijten aan twee elementen.
De eerste is de massaliteit van de Ikea. Het is te groot en er staan teveel artikelen. En dan gaat het er niet om dat ik niet kan kiezen, ik weet exact wat ik wil. Het is simpelweg teveel. Naar mijn mening hoort een lange route door een winkel geen drie uur te duren.
Het tweede element zijn de vele mensen die de Ikea-wereld dagelijks rijk is. En 70% van de Ikeabevolking stopt abrupt met lopen als het oog op iets interessants is gevallen. Hiermee bedoel ik niet dat ze naar de zijkant lopen en dan pas stoppen om niemand in de weg te zitten. Nee, ze stoppen middenop het pad en bestuderen het product dat de aandacht getrokken heeft. Ze houden geen rekening met de overige leden van de Ikea-bevolking, met als gevolg dat ik vandaag regelmatig plotsklaps op mijn menselijk ingebouwde rem moet trappen. Ze hebben ergens hun oog op laten vallen en vergeten de wereld om hun heen, het zogenoemde Ikea-effect.
Op weg naar het zelfhulpmagazine raak ik tussen alle interieurs, rijen stoelen, tafels, wegwijsborden en manden met aanbiedingen bijna de weg kwijt. Het kost me even om de Ikea-wijze onder de knie te krijgen, maar volg al snel als een pup die zich aan zijn baas wil bewijzen, getrouw de borden die me naar het magazijn leiden. Bij binnenkomst in de enorme hal weet ik dat ik de stoelen en tafel in geen levensdagen zelf kan vinden. En al zou ik het kunnen, dan zou ik het nog niet willen. Ik heb me lang genoeg in dit pand bevonden. Gelukkig zie ik direct een Ikea-medewerker. Voordat een andere klant hem kan inpikken, stap ik met versnelde pas op hem af. Ik benoem de spullen die ik wil, hij kijkt in de computer en vertelt mij waar het staat. Zo klaar als een klontje. De stoelen staan praktisch recht voor mijn neus (ik besluit er geen aandacht aan te besteden en mij in stilte te schamen) en de tafel staat in gang 26, vak 9. Binnen een kwartier heb ik de spullen op mijn karretje en sta ik bij de kassa. Hier ontdek ik de Ikea Family.
De vraag is of ik hierbij wil horen. Zonder de kans te krijgen om nee te zeggen krijg ik te horen dat dit betekent dat ik dan wel onbeperkt kan ruilen. Ook krijg ik kortingen en talloze andere voordelen als ik mijn entree doe in de familie die over de hele wereld vertegenwoordigd wordt. Ik word meegenomen in de Ikea-illusie. De verkoopster doet het overkomen als een hechte en grote familie en wat ik tot nu toe gezien heb, lijkt dit geheel de waarheid. Mijn fantasie neemt de vrije loop. Krijg ik ook adoptieouders? Een tweede stamboom? Familie in de verste uithoeken van de wereld (uiteraard op bereisbare afstand van de Ikea)? Wat zal kerst dan leuk zijn: met de Ikea-family in het prefabhuis met Ikeaspullen als Ikeastoelen, Ikeabestek en Ikeagordijnen, onder de Ikea-kerstboom Ikea-cadeautjes uitwisselen. Ik besluit het gulle aanbod af te slaan en begeef me naar de uitgang.
Hier veroorzaak ik, als perfect einde van dit Ikea-avontuur, bijna een krantenbericht. Terwijl ik het te grote karretje met een zekere eigenwijze charme naar de lift manouvreer, dartelen een aantal kinderen over het pad. Ze stoppen op de meest onverwachte momenten, waarbij er natuurlijk één recht voor mijn neus belandt. En terwijl ik ternauwernood de kar kan stoppen, staan de ouders op een afstand, bezig met andere dingen. Geen besef van het feit dat hun kind op het nippertje ontsnapt is aan een winkelblessure. Zelfs het kind heeft amper iets in de gaten. Het kijkt op en gaat onverstoorbaar door met datgene waar het mee bezig was. Ik herinner mezelf eraan dat ik de spullen bijna binnen heb en blijf rustig, loods de kar langs de kinderen en ga met de lift naar de parkeerplaats. De auto is snel gevonden. Ik laad de spullen in en voor ik het weet zit ik op de Ring, weg van de Ikea-beleving, richting huis. Daar vindt het laatste deel van de expeditie plaats: het in elkaar zetten van de spullen. Maar dat is een zorg voor later. Nu, met een zekere trots, op naar huis met pasgekochte spulletjes achterin de auto. De laatste dingen van mijn grote verbouwing. Na dagenlang behang verwijderen, schilderen en zwoegen, is het volgende week eindelijk zover. Alles in mijn stulpje zal dan nieuw of veranderd zijn. Dan zal ik dit helse Ikea-avontuur vast wel vergeten zijn. Missie geslaagd!
De eik
Bomen sidderen van de kou
Bladeren zweven door de lucht
De wind knalt tegen takken
Een grote eik slaakt een zucht
Hoe kom ik aan de eenzaamheid
Temidden van de groep?
Wellicht de onnatuurlijkheid
Van grote bomen aan een stoep
Voor hem rijden blikken mobielen
Vroeger waren het weinig, nu zijn het veel
De eik is niet eenzaam in zijn lijden,
Hij is onderdeel van het geheel
Deel van de grote aarde
Met de eeuwige oneindigheid
Waar de mens zich als een virus
Gretig doorheen bijt
De eik mijmert over elementen des levens
Die altijd voor hem verborgen blijven
Terwijl de wereld draait en functioneert
Staat hij te kijken, samen met de stijven
Eenzaam tussen zijn lotgenoten
Voor altijd op deze plek
Droomt hij van andere tijden
Rusten op een betere stek
Hij wil ver weg van hier
Naar gebieden vol woeste natuur
Maar, denkt de eik, bestaat dat nog,
Plekken zonder de mens aan het stuur?
Hij betwijfelt het
Maar blijft hoop houden
Over bloemen en bomen
In immense wouden
Echter zal hij altijd hier blijven
Op het oog nog steeds gelijk
Maar met een andere houding
En een nieuwe kijk
Want hoe kan hij anders door
Met dit erbarmelijke bestaan?
Nee, hij heeft zojuist besloten
Positief door het leven te gaan
Geen negatieve gedachten
Of zwelgen in zelfmedelijden
Na al die jaren als volgroeide eik
Kan hij zichzelf van zijn eenzaamheid bevrijden
Tijd voor vrijheid en geluk
Niet naar buiten, maar naar binnen staren
Om weg te dromen
En kennis over zichzelf te vergaren
Want in zichzelf vindt hij de wereld
Anders dan hij voor zich ziet
Het is juist een levendig, vrolijk,
Motiverend en kleurrijk gebied
Terwijl de andere bomen sidderen
Van de kou en de mens die de rust verstoort
Is de grote eik in een andere omgeving
Aangekomen in een beter oord.
Bladeren zweven door de lucht
De wind knalt tegen takken
Een grote eik slaakt een zucht
Hoe kom ik aan de eenzaamheid
Temidden van de groep?
Wellicht de onnatuurlijkheid
Van grote bomen aan een stoep
Voor hem rijden blikken mobielen
Vroeger waren het weinig, nu zijn het veel
De eik is niet eenzaam in zijn lijden,
Hij is onderdeel van het geheel
Deel van de grote aarde
Met de eeuwige oneindigheid
Waar de mens zich als een virus
Gretig doorheen bijt
De eik mijmert over elementen des levens
Die altijd voor hem verborgen blijven
Terwijl de wereld draait en functioneert
Staat hij te kijken, samen met de stijven
Eenzaam tussen zijn lotgenoten
Voor altijd op deze plek
Droomt hij van andere tijden
Rusten op een betere stek
Hij wil ver weg van hier
Naar gebieden vol woeste natuur
Maar, denkt de eik, bestaat dat nog,
Plekken zonder de mens aan het stuur?
Hij betwijfelt het
Maar blijft hoop houden
Over bloemen en bomen
In immense wouden
Echter zal hij altijd hier blijven
Op het oog nog steeds gelijk
Maar met een andere houding
En een nieuwe kijk
Want hoe kan hij anders door
Met dit erbarmelijke bestaan?
Nee, hij heeft zojuist besloten
Positief door het leven te gaan
Geen negatieve gedachten
Of zwelgen in zelfmedelijden
Na al die jaren als volgroeide eik
Kan hij zichzelf van zijn eenzaamheid bevrijden
Tijd voor vrijheid en geluk
Niet naar buiten, maar naar binnen staren
Om weg te dromen
En kennis over zichzelf te vergaren
Want in zichzelf vindt hij de wereld
Anders dan hij voor zich ziet
Het is juist een levendig, vrolijk,
Motiverend en kleurrijk gebied
Terwijl de andere bomen sidderen
Van de kou en de mens die de rust verstoort
Is de grote eik in een andere omgeving
Aangekomen in een beter oord.
vrijdag
Stappen met de rollator
Donderdagavond. Twee dames pakken een kroegje en dansen de stress van het lichaam af. Correctie: twee oudere dames pakken een kroegje en dansen de stress van het lichaam af. Ja, je hoort het goed: ouder. Want ondanks mijn frisse, fruitige leeftijd van 25 warme zomers jong, was ik in die kroeg een oudere dame. En dat was bij binnenkomst al voelbaar.
De kroeg zat aardig vol. Vol met eerstejaarsstudentjes, vers van de pers, hevig kletsend over opkomende tentamens en de nieuwste mode. Want tja, je moet natuurlijk wel de juiste kleding hebben. Anders hoor je er niet bij en is je carriere geruïneerd. Toen ik de deur opende, blokkeerden alle gesprekken en werd de focus op mijn vriendin en mij gelegd. De zin ‘jeetje, die zijn oud’ was bijna te proeven in de lucht. En zo voelden wij ons ook.
En misschien zijn we oud, maar gelukkig wel oud genoeg om ons er nergens iets van aan te trekken. Dus, hoewel met lichte schaamte rond onze mondhoeken, met opgeheven hoofd de kroeg in en onmiddellijk de dansvloer op. Want tja, die broekies willen toch niet met ons kletsen en zouden ze dat wel willen, waar moet je het in godsnaam over hebben?
Tot mijn enorme verbazing en schock van de anderen in de kroeg, bleek ik bekenden te zien. Bekenden van weliswaar enige jaren jonger en waar ik eigenlijk nooit mee afspreek, maar toch. Bekenden. Even het verplichte praatje. Met grote stiltes, want gespreksonderwerpen zijn er haast niet. Na ‘hoe is het met je?’ en ‘ga je nog vaak op stap?’ ben je toch al snel uitgekletst. Dus maar vriendelijk glimlachen en snel terug naar de veilige schoot van mijn vriendin. Samen sta je sterk en samen kan je dansen.
Na een paar drankjes begon het oud-gevoel al aardig zijn waarde te verliezen. Leeftijd speelde geen rol meer. We waren mensen; dansend, zingend en zuipend. Tot er een leuk, jong ventje van amper 19 op mij afstapte. Zijn ogen tinkelden alsof de wereld voor hem open lag, alsof de wereld nog om hem draaide. Over een paar jaar is hij die illusie wel kwijt. Hij kwam naar me toe met een brede glimlach en begon een praatje. ‘Kom je hier vaker...’ Tja, originaliteit is ver te zoeken bij jongetjes. Gelukkig maakte het lichaam en de hoopvolle ogen veel goed.
Hij vroeg naar mijn leeftijd. En dan komt het eeuwige dilemma. Zullen we eerlijk zijn of er wat jaartjes van afsprokkelen? Toch maar eerlijk dan, voor deze ene keer. Toen ik het gevreesde cijfer uitsprak, zag ik zijn pupillen groter worden en hem naar achteren leunen. Pfoe... 25... das toch wel zwaar voor een jongetje. Gelukkig herstelde hij zich snel en gooide hij wederom al zijn charmes in de strijd voor een leuk gesprek. Helaas koos hij de verkeerde woorden. ‘Nou, je bent nog niet afgeschreven, hoor.’
Zo, klap, mep, ontnuchterend. Meteen met beide benen op de grond. Nog niet afgeschreven. En bedankt. Hoewel hij het lief bedoelde, kwam het bijzonder knullig over. En hoewel ik er wat van had kunnen zeggen (zo behandel je een dame niet) besloot ik er de lol van in te zien. Hij bedoelde het goed en wilde me een complimentje geven. Heren van die leeftijd zijn nog in de veronderstelling dat vrouwen hun zelfvertrouwen laten afhangen aan mannen (wat hun erg belangrijk maakt) en ik wilde hem niet uit zijn dromen helpen. Voor hem is Sinterklaas vast ook nog echt, dus laten we het maar lekker zo.
Desalniettemin zijn de vriendin en ik hierna snel afgedropen. Ook al konden we goed meekomen met de jonkies die om ons heen krioelden, onze lichamen hielden het niet meer zo lang vol. Ja mensen, wij zijn al wat ouder, het bejaardencentrum laat de deuren niet de hele nacht openstaan.
De kroeg zat aardig vol. Vol met eerstejaarsstudentjes, vers van de pers, hevig kletsend over opkomende tentamens en de nieuwste mode. Want tja, je moet natuurlijk wel de juiste kleding hebben. Anders hoor je er niet bij en is je carriere geruïneerd. Toen ik de deur opende, blokkeerden alle gesprekken en werd de focus op mijn vriendin en mij gelegd. De zin ‘jeetje, die zijn oud’ was bijna te proeven in de lucht. En zo voelden wij ons ook.
En misschien zijn we oud, maar gelukkig wel oud genoeg om ons er nergens iets van aan te trekken. Dus, hoewel met lichte schaamte rond onze mondhoeken, met opgeheven hoofd de kroeg in en onmiddellijk de dansvloer op. Want tja, die broekies willen toch niet met ons kletsen en zouden ze dat wel willen, waar moet je het in godsnaam over hebben?
Tot mijn enorme verbazing en schock van de anderen in de kroeg, bleek ik bekenden te zien. Bekenden van weliswaar enige jaren jonger en waar ik eigenlijk nooit mee afspreek, maar toch. Bekenden. Even het verplichte praatje. Met grote stiltes, want gespreksonderwerpen zijn er haast niet. Na ‘hoe is het met je?’ en ‘ga je nog vaak op stap?’ ben je toch al snel uitgekletst. Dus maar vriendelijk glimlachen en snel terug naar de veilige schoot van mijn vriendin. Samen sta je sterk en samen kan je dansen.
Na een paar drankjes begon het oud-gevoel al aardig zijn waarde te verliezen. Leeftijd speelde geen rol meer. We waren mensen; dansend, zingend en zuipend. Tot er een leuk, jong ventje van amper 19 op mij afstapte. Zijn ogen tinkelden alsof de wereld voor hem open lag, alsof de wereld nog om hem draaide. Over een paar jaar is hij die illusie wel kwijt. Hij kwam naar me toe met een brede glimlach en begon een praatje. ‘Kom je hier vaker...’ Tja, originaliteit is ver te zoeken bij jongetjes. Gelukkig maakte het lichaam en de hoopvolle ogen veel goed.
Hij vroeg naar mijn leeftijd. En dan komt het eeuwige dilemma. Zullen we eerlijk zijn of er wat jaartjes van afsprokkelen? Toch maar eerlijk dan, voor deze ene keer. Toen ik het gevreesde cijfer uitsprak, zag ik zijn pupillen groter worden en hem naar achteren leunen. Pfoe... 25... das toch wel zwaar voor een jongetje. Gelukkig herstelde hij zich snel en gooide hij wederom al zijn charmes in de strijd voor een leuk gesprek. Helaas koos hij de verkeerde woorden. ‘Nou, je bent nog niet afgeschreven, hoor.’
Zo, klap, mep, ontnuchterend. Meteen met beide benen op de grond. Nog niet afgeschreven. En bedankt. Hoewel hij het lief bedoelde, kwam het bijzonder knullig over. En hoewel ik er wat van had kunnen zeggen (zo behandel je een dame niet) besloot ik er de lol van in te zien. Hij bedoelde het goed en wilde me een complimentje geven. Heren van die leeftijd zijn nog in de veronderstelling dat vrouwen hun zelfvertrouwen laten afhangen aan mannen (wat hun erg belangrijk maakt) en ik wilde hem niet uit zijn dromen helpen. Voor hem is Sinterklaas vast ook nog echt, dus laten we het maar lekker zo.
Desalniettemin zijn de vriendin en ik hierna snel afgedropen. Ook al konden we goed meekomen met de jonkies die om ons heen krioelden, onze lichamen hielden het niet meer zo lang vol. Ja mensen, wij zijn al wat ouder, het bejaardencentrum laat de deuren niet de hele nacht openstaan.
Abonneren op:
Posts (Atom)















