Donderdagavond. Twee dames pakken een kroegje en dansen de stress van het lichaam af. Correctie: twee oudere dames pakken een kroegje en dansen de stress van het lichaam af. Ja, je hoort het goed: ouder. Want ondanks mijn frisse, fruitige leeftijd van 25 warme zomers jong, was ik in die kroeg een oudere dame. En dat was bij binnenkomst al voelbaar. De kroeg zat aardig vol. Vol met eerstejaarsstudentjes, vers van de pers, hevig kletsend over opkomende tentamens en de nieuwste mode. Want tja, je moet natuurlijk wel de juiste kleding hebben. Anders hoor je er niet bij en is je carriere geruïneerd. Toen ik de deur opende, blokkeerden alle gesprekken en werd de focus op mijn vriendin en mij gelegd. De zin ‘jeetje, die zijn oud’ was bijna te proeven in de lucht. En zo voelden wij ons ook.
En misschien zijn we oud, maar gelukkig wel oud genoeg om ons er nergens iets van aan te trekken. Dus, hoewel met lichte schaamte rond onze mondhoeken, met opgeheven hoofd de kroeg in en onmiddellijk de dansvloer op. Want tja, die broekies willen toch niet met ons kletsen en zouden ze dat wel willen, waar moet je het in godsnaam over hebben?
Tot mijn enorme verbazing en schock van de anderen in de kroeg, bleek ik bekenden te zien. Bekenden van weliswaar enige jaren jonger en waar ik eigenlijk nooit mee afspreek, maar toch. Bekenden. Even het verplichte praatje. Met grote stiltes, want gespreksonderwerpen zijn er haast niet. Na ‘hoe is het met je?’ en ‘ga je nog vaak op stap?’ ben je toch al snel uitgekletst. Dus maar vriendelijk glimlachen en snel terug naar de veilige schoot van mijn vriendin. Samen sta je sterk en samen kan je dansen.
Na een paar drankjes begon het oud-gevoel al aardig zijn waarde te verliezen. Leeftijd speelde geen rol meer. We waren mensen; dansend, zingend en zuipend. Tot er een leuk, jong ventje van amper 19 op mij afstapte. Zijn ogen tinkelden alsof de wereld voor hem open lag, alsof de wereld nog om hem draaide. Over een paar jaar is hij die illusie wel kwijt. Hij kwam naar me toe met een brede glimlach en begon een praatje. ‘Kom je hier vaker...’ Tja, originaliteit is ver te zoeken bij jongetjes. Gelukkig maakte het lichaam en de hoopvolle ogen veel goed.
Hij vroeg naar mijn leeftijd. En dan komt het eeuwige dilemma. Zullen we eerlijk zijn of er wat jaartjes van afsprokkelen? Toch maar eerlijk dan, voor deze ene keer. Toen ik het gevreesde cijfer uitsprak, zag ik zijn pupillen groter worden en hem naar achteren leunen. Pfoe... 25... das toch wel zwaar voor een jongetje. Gelukkig herstelde hij zich snel en gooide hij wederom al zijn charmes in de strijd voor een leuk gesprek. Helaas koos hij de verkeerde woorden. ‘Nou, je bent nog niet afgeschreven, hoor.’
Zo, klap, mep, ontnuchterend. Meteen met beide benen op de grond. Nog niet afgeschreven. En bedankt. Hoewel hij het lief bedoelde, kwam het bijzonder knullig over. En hoewel ik er wat van had kunnen zeggen (zo behandel je een dame niet) besloot ik er de lol van in te zien. Hij bedoelde het goed en wilde me een complimentje geven. Heren van die leeftijd zijn nog in de veronderstelling dat vrouwen hun zelfvertrouwen laten afhangen aan mannen (wat hun erg belangrijk maakt) en ik wilde hem niet uit zijn dromen helpen. Voor hem is Sinterklaas vast ook nog echt, dus laten we het maar lekker zo.
Desalniettemin zijn de vriendin en ik hierna snel afgedropen. Ook al konden we goed meekomen met de jonkies die om ons heen krioelden, onze lichamen hielden het niet meer zo lang vol. Ja mensen, wij zijn al wat ouder, het bejaardencentrum laat de deuren niet de hele nacht openstaan.