Bomen sidderen van de kou
Bladeren zweven door de lucht
De wind knalt tegen takken
Een grote eik slaakt een zucht
Hoe kom ik aan de eenzaamheid
Temidden van de groep?
Wellicht de onnatuurlijkheid
Van grote bomen aan een stoep
Voor hem rijden blikken mobielen
Vroeger waren het weinig, nu zijn het veel
De eik is niet eenzaam in zijn lijden,
Hij is onderdeel van het geheel
Deel van de grote aarde
Met de eeuwige oneindigheid
Waar de mens zich als een virus
Gretig doorheen bijt
De eik mijmert over elementen des levens
Die altijd voor hem verborgen blijven
Terwijl de wereld draait en functioneert
Staat hij te kijken, samen met de stijven
Eenzaam tussen zijn lotgenoten
Voor altijd op deze plek
Droomt hij van andere tijden
Rusten op een betere stek
Hij wil ver weg van hier
Naar gebieden vol woeste natuur
Maar, denkt de eik, bestaat dat nog,
Plekken zonder de mens aan het stuur?
Hij betwijfelt het
Maar blijft hoop houden
Over bloemen en bomen
In immense wouden
Echter zal hij altijd hier blijven
Op het oog nog steeds gelijk
Maar met een andere houding
En een nieuwe kijk
Want hoe kan hij anders door
Met dit erbarmelijke bestaan?
Nee, hij heeft zojuist besloten
Positief door het leven te gaan
Geen negatieve gedachten
Of zwelgen in zelfmedelijden
Na al die jaren als volgroeide eik
Kan hij zichzelf van zijn eenzaamheid bevrijden
Tijd voor vrijheid en geluk
Niet naar buiten, maar naar binnen staren
Om weg te dromen
En kennis over zichzelf te vergaren
Want in zichzelf vindt hij de wereld
Anders dan hij voor zich ziet
Het is juist een levendig, vrolijk,
Motiverend en kleurrijk gebied
Terwijl de andere bomen sidderen
Van de kou en de mens die de rust verstoort
Is de grote eik in een andere omgeving
Aangekomen in een beter oord.
woensdag
Abonneren op:
Posts (Atom)
