Voor alles moet een eerste keer zijn. Zo ook mijn bezoek aan de viswinkel. Voor ik vervolg zal ik wat uitleggen. Vis vind ik te vies voor woorden. Zeker als ze in de vitrine liggen. Vissen met de ogen er nog in, opgestapeld alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, de ranzige geur die het voortbrengt. Nee, vis is niets voor mij. Ik had dan ook nooit gedacht vrijwillig een viswinkel in te gaan, tot vandaag.
Pepijn heeft last van zijn oogjes en ik heb weleens gehoord dat vis goed voor de ogen is. Aangezien 1 + 1 twee is, besloot ik een visje voor hem te halen. Dus vol goede moed de viswinkel in. De geur komt me voor binnenkomst al tegemoet. Smerig. Dat is volgens mij ook het gezicht dat ik trek als ik met gezonde tegenzin binnenstap. Een beetje uit mijn hum sta ik bij de vitrine. Ik snap niet dat mensen zin hebben in een visje als ze al die dieren zien liggen. Bij mij gaat de eetlust juist weg. Godzijdank bestel ik niet voor mezelf, dat scheelt een hoop. Ik zie zalmsnippers liggen. Het ziet er niet meer uit als vis (wat ik een groot voordeel vind) en dus is het misschien geschikt voor Pepijntje. Ik vraag of het zout is, ze antwoordt dat ik wel een stukje mag proeven. Alleen de gedachte al… mag ik bedanken? Nog voordat ze een stukje kan pakken weiger ik vriendelijk en leg uit dat het voor mij kat is. Ze zegt dat ik dan beter haring kan nemen, dat halen meer mensen voor hun dieren.
Prima, dan maar haring. Ze pakt er een en legt hem op een bordje. Ik vraag of ze hem misschien ook in stukjes kan snijden, dan hoef ik het niet te doen(lees: hoef ik het niet aan te raken). Ze antwoordt instemmend en al snel heeft ze het harinkje versneden. Ik betaal en vlucht de winkel uit. Bah, wat een vieze bedoening.
Waar ik, het eeuwige blondje, geen rekening mee heb gehouden is dat het in de auto moet… Nog voordat ik goed en wel weg ben, meurt de auto naar de haring die goed ingepakt op de achterbank ligt. Straks maar even de auto goed schoonmaken denk ik bij mezelf. Nu niet zeuren, het is maar even en Pepijn zal het lekker vinden. Denk ik.
Ik kom helaas van een koude kermis thuis: Pepijn is helemaal niet gek op haring. Hij loopt netjes mee naar binnen, nieuwsgierig naar hetgeen wat die aparte geur voortbrengt. Ik pak het uit en leg de haring met bord en al op de grond. Pepijn ruikt eraan, eet een paar stukjes en gaat dan snel naar buiten.
En daar zit je dan met je goede gedrag. Achter de pc met links van mij, op de grond, een bord met een bijna complete haring. Al die moeite voor een visje en meneer haalt zijn neus ervoor op. Terwijl hij lekker in het zonnetje zit te genieten, bedenk ik me wat ik met dat ding moet. Het kan niet in de prullenbak want dan meurt het hele huis ernaar. Zelf opeten is ook geen optie. Ik besluit het nog even te laten liggen. Misschien krijgt Pepijn er straks nog zin in. Ik hoop het want anders zit ik met dit opgescheept. Een ding is zeker: Laura gaat geen visje meer halen voor die kleine deugniet!
dinsdag
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten