Pepijntje had al een paar dagen last van zijn ogen, dus besloot ik gisteren om naar de dierenarts te gaan. Een hels karwei, aangezien Pepijn er altijd helemaal gestrest vandaan komt. Zo ook deze keer. In de auto begint het al: het enorm zielige kattengejank. Ik praat wat tegen hem, zet een rustige radiozender op, maar niets helpt. Pepijn voelt zich niet lekker en dat zal ik als vrouwtje zijnde merken ook. Het gejank houdt niet op tot het moment dat hij op tafel bij de dierenarts zit. Dan is het ineens een heel klein, fragiel propje.
De dierenarts kijkt naar zijn oogjes, allebei zijn ze ontstoken. Mijn eerste vraag: kan dit de niesziekte zijn? Het antwoord: dat is mogelijk, maar voor de rest ziet hij er piekfijn uit, dus ik zal er niet meteen vanuit gaan. Het is vast een hevige ontsteking die overgaat als ik een week lang dagelijks een zalfje in zijn oogjes smeer. Pepijn wordt gewogen en even goed onderzocht. De dierenarts zegt nogmaals dat het een hele gezonde kat is. Als verzorgster glunder ik van top tot teen.
Pepijntje is minder blij. Hij zweet en drukt zich helemaal tegen mij aan. Vertederend, aangezien hij zich comfortabel voelt bij mij, maar ook enorm zielig. Ik ben het niet gewend hem zo te zien. En zo wil ik hem ook niet zien. Voordat we samen weer naar huis gaan, stel ik nog enkele vragen. Mag hij naar buiten toe? Waar moet ik op letten om te zien of het slechter gaat? Hoelang mag hij nog last van zijn oogjes hebben? De dierenarts beantwoordt mijn bezorgde vragen netjes en stopt ondertussen Pepijn terug in zijn mandje. Ik kan me voorstellen dat hij hier heel blij mee is; terug naar huis!
Thuis aangekomen eet meneertje twee bakjes vlees om vervolgens onder het bed te kruipen. Ik besluit hem even alleen te laten en ga wat boodschapjes doen. Ik kom thuis met een bakje rosbief voor hem. Hij komt onder het bed vandaan en kruipt meteen tegen me aan. De lieve schat is helemaal niet boos dat ik hem naar de dierenarts heb gebracht, iets dat ik niet verwacht had. Hij krijgt wat rosbief en besluit dan dat het tijd is om naar buiten te gaan. Wat hij niet weet is dat ik nog de zalf in zijn oogjes moet smeren. Als hij hierachter komt is hij op zijn zachtst gezegd niet blij. Probeert zich uit mijn armen te wringen en houdt zijn oogjes stijf dicht. Begrijpelijk, maar niet handig. Gelukkig is niet alleen hij een doorzetter en lukt het me uiteindelijk wat zalf in zijn oogjes te krijgen.
Hij is maar even buiten om de rest van de avond en nacht lekker binnen te zijn. ik ben blij de volgende dag vrij te zijn zodat ik hem de hele dag in de gaten kan houden. De plannen worden omgegooid: niet weg op woensdag, maar lekker thuis bij Pepijntje. Want hoewel hij goed eet, drinkt, zichzelf wast en ook nog eens naar buiten gaat, ben ik toch bezorgd. Je weet nooit hoe het loopt en of de zalf helpt. Je moet niet meteen van het ergste uitgaan, maar je mag er wel rekening mee houden. Ik merk ook dat Pepijn niet zichzelf is. Logisch ook, het is niet leuk last van je ogen te hebben. Zelf heb ik ook wel ontstoken ogen gehad en als het een goede ontsteking is, voel je je er goed ziek van. Dat zal Pepijn ook hebben.
Ik probeer te doen wat ik kan. Geef hem zijn rust en ruimte, maar ga ook geregeld naar hem toe. Hij krijgt zijn normale voedsel, maar ook vers vlees om op kracht te komen. Het zal allemaal wel meevallen, maar ik zie Pepijn veel liever lekker gezond andere katten de stuipen op het lijf jagen. Hopelijk kan dat over een paar dagen weer. Ondertussen wordt deze kleine lieveling lekker verwend en verzorgd.
dinsdag
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten